Behandeling Complexe PTSS: Verstijfde benen
Onderstaande blog gaat over kindermishandeling, seksueel misbruik en de gevolgen daarvan. Als je jezelf herkent in het verhaal kan het mogelijk nare herinneringen triggeren. Mind Korrelatie is online en telefonisch bereikbaar als je (anoniem) met iemand wilt praten.
Mijn moeder was boos toen ze achter het misbruik kwam. Niet op hem, maar op mij… Ik verstopte me onder mijn dekbed en wilde het liefst voor altijd onzichtbaar zijn, omdat ik aan alles voelde dat ik iets fout had gedaan. Ze koos ervoor hem de hand boven het hoofd te houden en het verder dood te zwijgen. Het duurde lang voordat ik haar op een dag weer aan durfde te kijken.
In de gesprekken met de maatschappelijk werkster ging het over “dingen” waar ik geen woorden aan kon geven. Ook toen ze een afbeelding van een meisje voor me had gelegd en ik moest aangeven waar hij me had aangeraakt, kon ik niets uitbrengen. Daarnaast vreesde ik voor de gevolgen als ik mijn mond open zou doen, dus bleef ik zwijgen. Af en toe speelden we een bordspelletje tijdens de behandeling, maar praten durfde ik nog steeds niet.
Op een dag vertelde ze dat hij in een verklaring had aangegeven dat het allemaal wel meeviel en vroeg ze of ik het niet zelf had gewild. Misschien was het maar een vraag en had hij het op die manier verklaard, maar het liefst wilde ik de kamer uit vluchten en zover weg rennen dat niemand me kon zien. Weg van de onveilige wereld, maar ik kon me niet bewegen. Na afloop stond ik te trillen op mijn benen en moest ik overgeven.
Ik ben nooit meer naar de gesprekken met de maatschappelijk werkster of een andere hulpverlener gegaan en probeerde de jaren erna te (over)leven. Dat leek me, nadat ik op mezelf was gaan wonen, aardig af te gaan, totdat het vijftien jaar geleden volledig mis ging en alles van vroeger in alle hevigheid naar boven kwam. Een lange weg, langs verschillende GGZ instellingen en een traumacentrum, volgde. Tot 2016 zonder enig uitzicht op behandeling, omdat ik vanwege mijn klachten niet stabiel genoeg was. Wat leidde tot frustratie bij mezelf en mijn omgeving, bij wie ik voor het eerst voorzichtig over mijn verleden probeerde te vertellen.
Van mijn familie kreeg ik jaren later nog te horen dat ik er toen zelf nooit iets over heb gezegd, en ik toch ook leuke dingen met hem heb gedaan. Pas heel wat gesprekken later met de derde psycholoog, durfde ik een beetje te geloven dat ik er zelf geen schuld aan had. Voor het eerst gaf iemand aan dat er maar één iemand was die zich zou moeten schamen en dat het nooit de schuld van een kind is. Stap voor stap durfde ik mijn verleden wat onder ogen te zien en met haar toe te werken naar intensievere therapie, omdat zij me die mogelijkheid binnen de Basis GGZ niet kon bieden.
Na een aanmelding bij de afdeling psychiatrie van een ziekenhuis, waar wederom een afwijzing op volgde, kwam ik maanden later in de ambulante SGGZ terecht. Al gauw kreeg ik te horen dat ik niet stabiel genoeg was voor een traumabehandeling, omdat ik te veel last had van dissociatie, herbelevingen en angst. De behandeling was gericht op stabilisatie en ik mocht niet over vroeger praten. Bij onderwerpen uit het heden, zoals moeite hebben met Moeder- en Vaderdag, werd medegedeeld dat we het niet over vroeger zouden hebben en dus ook niet over de onderwerpen die daaraan waren gelinkt. Ik probeerde mijn tranen weg te slikken en wilde het liefst weg, maar net als vroeger bij de maatschappelijk werkster lukte het niet mijn benen te bewegen. Voor de vierde keer kreeg ik van een psycholoog te horen dat ik niet op de juiste plek zat en dat een verwijzing naar een traumacentrum noodzakelijk was, omdat ik last had van ernstige dissociatieve klachten. In de verwijsbrief werd aangegeven: er zijn twijfels over de haalbaarheid van ambulante behandeling, omdat cliënte tweemaal ontregelde, waardoor ze haar benen niet kon bewegen en niet kon lopen.
Vanwege een opnamestop bij het traumacentrum mocht ik nog enige tijd bij haar in behandeling blijven. De regiebehandelaar vond echter dat ik na zoveel jaar weleens was uitbehandeld. Op mijn commentaar dat er tot nu toe nooit behandeling tot stand was gekomen gaf hij aan dat ik afhankelijk van zorg wilde blijven. En bij mijn opmerking dat ik graag een wat normaler leven zou willen leiden – met als voorbeeld zonder angst een relatie te durven aangaan – werd gezegd dat ik aan het begin van een relatie dan maar een goed gesprek over intimiteit met mijn toekomstige partner moest hebben en dat het dan vanzelf goed zou komen. Ik voelde de tranen omhoog komen, maar kon niets meer zeggen en zat verlamd tegenover hem. Mijn psycholoog was het niet eens met haar collega en zette een verwijzing voor een behandeladvies naar het traumacentrum door. De intake viel zwaar. Van de één op andere dag moest ik tegenover vier onbekende hulpverleners, die naast elkaar tegenover me zaten, praten over de meest nare herinneringen waar ik nooit iets over had mogen zeggen… Uit het onderzoek kwam naar voren dat er geen sprake was van een Dissociatieve Identiteitsstoornis, waarna ik met dezelfde diagnose Complexe PTSS met dissociatieve klachten, die ik vijf keer eerder had gekregen, en een behandel advies voor de training Vroeger en Verder naar huis ging. Omdat deze training niet in de buurt werd gegeven werd 12 uur per jaar basis GGZ aangeboden bij de huidige GGZ instelling. Daar kon ik me met alle klachten, waarmee ik te maken had, niet in vinden. Tegen hun advies in zocht ik naar een andere GGZ instelling. Na de opmerking: “Accepteer je het dan wel als je daar ook te horen krijgt dat ze je niet kunnen helpen?” wist ik dat ik een juiste keuze had gemaakt.
Het was een enorm grote stap om te durven zetten. Al die jaren had ik het gevoel dat ik er geen hulp bij mocht krijgen en het aan mezelf lag wanneer ik vanwege de dissociatie en de verlamming in mijn benen naar andere hulp moest zoeken. Na jarenlang stabiliseren en van het kastje naar de muur te zijn gestuurd werd bij de huidige GGZ instelling voor het eerst gezegd dat ze de behandeling wilden aangaan. Dat ik er sterk genoeg voor zou zijn, omdat ik vroeger erger heb doorstaan. In het begin was het lastig dat te durven geloven, maar ik probeerde op hun woorden te vertrouwen. Na verloop van tijd durfde ik me steeds meer over te geven aan de gesprekken, het opschrijven van mijn levensverhaal en de imaginaire rescripting. Wanneer ik last heb van dissociatie en mijn benen vast zitten doen we bewegings- en hier-en-nu oefeningen, waardoor ik er sneller uit kan komen.
Een paar maanden geleden heb ik bij mijn psycholoog mijn angst uitgesproken dat ik bang was net als bij de vorige hulpverleners weggestuurd te worden wanneer ik tijdens een sessie zou gaan dissociëren en mijn benen niet zou kunnen bewegen, waarop ik kreeg te horen dat ik hier niet om die reden zou worden weggestuurd. Hierdoor durf ik de behandeling beter aan en zijn we sinds kort intensiever met EMDR aan de slag gegaan. Aanvankelijk durfde ik er niet aan, omdat ik bij twee eerdere sessies een tijd terug de oogbewegingen niet goed kon maken en regelmatig afdwaalde. Langzaamaan kwamen de oude angsten dat ik toch weg zou moeten opnieuw naar boven. Enkele weken geleden durfde ik haar te vertellen waar ik last van had bij de eerdere EMDR behandelingen. Sindsdien worden alle middelen uit de EMDR-kit ingezet en met de lichtbalk, buzzers en het geluid via de koptelefoon gaat het tot mijn opluchting wat beter. Vorige week kon ik voor het eerst goed erbij blijven tijdens een sessie, doordat ik vrijwel geen last had van dissociatie en mijn lichaam niet in freeze stand raakte. Eindelijk durf ik zonder al teveel angst te denken: het ergste is al geweest, ik kan het…